Archief voor de ‘Journalist zijn’ Categorie

h1

Kennen NOS-sportjournalisten de spelregels wel

8 mei, 2009

Sport is emotie. Niet alleen voor de fans, maar ook voor spelers, clubs en de sportjournalisten. Maar tijdens de Champions League-wedstrijden van afgelopen week vroeg ik me af journalisten zich soms niet te veel laten meeslepen door alle emoties, en of sommigen de spelregels wel kennen.

In de wedstrijd van Arsenal tegen Manchester United op dinsdag (uitslag: 1-3) haalde Fletcher van Manchester vlak voor het einde een doorgebroken speler neer. Penalty. Rood. Terechte beslissing. Maar volgens Jeroen Grueter, de NOS-commentator, moet je iemand geen rode kaart geven als hij daardoor de finale gaat missen. Dat zou toch zonde zijn voor die beste jongen. Zo’n mooie wedstrijd door de neus geboord.

Grueter komt na een paar herhalingen tot de conclusie dat het misschien zelfs geen vrije trap is, want de speler raakt de bal. Kent deze NOS-commentator de regels wel?

Als iemand erg onbesuisd inkomt en toch de bal speelt is dat een overtreding. In dit geval komt de speler niet grof in, maar hij raakt de bal wel zo licht dat deze binnen bereik van de aanvaller blijft. Vervolgens haalt hij met zijn sliding de (doorgebroken) aanvaller alsnog neer. Dat is ook gewoon rood hoor!

Niet de scheids maakt een beoordelingsfout. Juist niet. En vaak komen sportjournalisten met het argument dat een (rode) kaart “niet past bij het beeld van de wedstrijd”. Sorry hoor, dat gaat er bij mij niet in. In dit geval ging het niet om een smerige overtreding, maar als je iemand onrechtmatig een scoringskans ontneemt is dat gewoon rood.

Waarom zijn er anders regels, vraag ik me af. Voetballers zijn gewoon profs: ze kennen de belangen van zo’n wedstrijd, en ook zeker de gevolgen van een domme actie. Ze moeten zelf met die druk om kunnen gaan.

Vorige week vroeg een NOS-commentator zich al af of de scheids niet vaker moest fluiten tegen Chelsea-spelers, omdat zij ervoor zorgden dat Barcelona niet haar mooie spel kon laten zien. Waarom affluiten als ze hun tegenstander op de huid zitten, maar zonder overtreding te maken de bal afpakken?

Nu ben ik zelf als scheidsrechter misschien meer gefocust op de regels, maar ik denk dat er veel meer mensen zullen zijn die zich ergeren aan het commentaar van de sportverslaggevers tijdens de live-wedstrijden. Wat een gezwam soms.

Update: Manchester is in beroep gegaan tegen de rode kaart. Volgens de officiële site van de Engelse club beslist de UEFA maandag.

h1

Een journalist die verder moet zonder koffie

30 december, 2008

Een waterlek teisterde vanochtende de NRC-redactie. Omdat ik vroeg was, had ik tussen acht en half negen nog net een espresso uit de automaat kunnen halen. Toen we het mailtje binnenkregen over de lekkage zei een collega: niet naar het toilet, ach, maar géén koffie!

Eneco wilde wel zo vriendelijk zijn om ons in hun gebouw te laten plassen. Iemand van het secretariaat stuurt even later een correctie, opdat we niet allemaal bij het verkeerde gebouw aankloppen. Want het gebouw waar we naar het toilet kunnen is toch niet aan de overkant van de onze, maar meteen links van het PCM-kantoor.

Zelf vandaag gewerkt aan een stuk over schaatsen op een natuurijsbaan. Maandag in de kou gestaan, maar daardoor sta ik dinsdag mooi op ‘de drie’. ’s Avonds zie het ook op internet staan, als opening van de binnenlandpagina. Leuk voor een stagiair.

h1

Een lange, multimediale verkiezingsnacht in VS

5 november, 2008

Marc Chavannes op Radio 1 via mijn telefoon en polls op CNN via grote schermen, terwijl de webpagina’s van New York Times zich laden op mijn mobieltje. Tijdens Election Night probeer ik in de Stadsschouwburg in Groningen de Amerikaanse verkiezingen op de voet te volgen.

Met persconferenties, live-verbindingen met de VS, jazz, Boom Chicago – erg goed cabaret – en grote tv-schermen worden de presidentsverkiezingen in Amerika uitgebreid belicht. Ik probeer via een draadloos netwerk te bloggen, maar de verbinding is niet sterk genoeg.

Tegen drieën stap ik op de fiets naar huis. TV aan, laptop op schoot. Mijn huisgenoot dacht de uitslag ook live mee te maken, maar ze ligt al in bed. Net voordat de stemkantoren sluiten in de westelijke staten wordt bekend dat Virginia voor Obama is, een paar minuten later gevolgd door: Obama gekozen tot president.

De eerste zwarte president van Amerika is een feit. Het was een lange verkiezingsnacht, net vijf uur geweest. Ik moet denken aan een bekend protestlied tegen de Vietnam-oorlog, daar waar John McCain heeft gediend. Ik ga slapen, Welterusten Meneer de President.

h1

‘Interviewen met pen en kladblok is niet cool’

21 oktober, 2008

,,Wanneer worden we dan geïnterviewd?” vragen twee meisjes me als ik ze vragen stel over Natuursprong, een project van Jantje Beton, Staatsbosbeheer en Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Achter me draaien de camera’s van het NOS Jeugdjournaal (vanaf minuut 3:43), en ook de journalist van Omroep Brabant heeft een mooie microfoon mee.

En dan ik, voor een artikel in het Nederlands Dagblad, met kladblok en pen. Het is toch geen ‘echt’ interview als ik alleen maar meeschrijf, terwijl de kinderen uitgebreid vertellen over het spelen in het bos.

De jongeren zijn basisschoolleerlingen uit Breda, stadskinderen die steeds minder ruimte hebben om te spelen. En ook de televisie is een belangrijke concurrent, vertelt Dayenne L’abée van NISB.

Zouden ze alleen daarom liever voor de camera staan? Of vinden jongeren kranten gewoon niet cool – hip, tof, of wat voor modern woord ze hiervoor hebben? Papieren kranten krijgen het steeds lastiger, abonnees verdwijnen. Langzaam ontplooien er steeds meer audiovisuele initiatieven op de niewssites, want ik denk dat een nieuwsbedrijf op den duur niet meer alleen van print kan leven.

Als student journalistiek, met de specialisatie dagbladjournalistiek, zie ik me over enkele jaren al veelvuldig met een camera en microfoon op pad gaan; of zelfs al tijdens mijn stage bij NRC over een maand. In Groningen heb ik al een en ander geoefend, ik heb er in ieder geval zin in!

Terug naar het bos, naar de kinderen. Om 16 uur moesten ze allemaal weer terug naar huis, weer naar de stad met de te kleine speeltuintjes en de drukke wegen. Vlak voor ze de weggaan stapt een meisje van zeven naar mij toe: ,,Meneer, ik ben nog helemaal niet geïnterviewd.” Ze vertelde haar naam, en ik schreef haar antwoorden op een kladblokje.

Voor haar ‘echt’ genoeg.