Het was koud en de metro had een flinke vertraging vanochtend. Nog net op tijd kan ik mijn treinkaartje kopen op Rotterdam Alexander. Het dubbeldekkertje komt al aangereden.
Als ik nog geen vijf minuten zit hoor ik door de omroepinstallatie dat er ‘mensen van de NS-directie aan boord zijn’ aan wie je ‘vragen kunt stellen’ en die met je ‘in gesprek willen gaan’. Zo gauw de ‘directieleden’ binnenkomen beginnen vaste reizigers op dit lijntje naar Amsterdam Centraal al over de extra vertraging sinds de nieuwe dienstregeling in december.
Ik denk: gelukkig heb ik een half uurtje speling ingebouwd in mijn reistijd. Dan ben ik met al die vertraging toch nog op tijd.
De reizigster tegenover mij baalt flink van de nieuwe tijden. Ze heeft iedere dag 20 minuten vertraging; niet genoeg voor een vergoeding, maar wel altijd te laat op haar werk. De NS-medewerkster beaamt deze problemen. Samen met haar collega loopt ze verder. Overal klachten over die nieuwe regeling. Overal tips hoe het beter kan. ‘De intercity krijgt altijd voorrang.’ En: ‘De aansluiting wacht nooit.’
Ik rijd vandaag voor de krant naar de rechtbank in Amsterdam. Overstappen in Duivendrecht. Dan uitstappen bij Zuid. Ik arriveer keurig op tijd. Zelfs de baliemedewerkers zitten nog niet op hun plek om me te helpen. Tjah, soms gaat het toch wel goed met de dienstregeling.




